Het carpale tunnelsyndroom: inleiding
Het Carpale Tunnel Syndroom, ook wel CTS genoemd, treedt op als de zenuw in de pols bekneld ligt.
Het klachtenpatroon dat hiebij hoort is veelal hetzelfde ( tintelingen en pijn in de vingers en hand, zie verder) en noemen we een syndroom, dus meerdere klachten bij elkaar.
Het woord carpale komt van carpus wat pols betekent.
De bouw van de tunnel
Wanneer u uw hand open legt en naar de binnenkant van uw pols aankijkt ziet u de welving van de pols, net waar de hand begint.
Onder deze welving zit de ruimte die als het ware een tunnel is.
De tunnel heeft vier wanden namelijk aan de onderzijde en de zijwanden de botten van de pols (10 stuks) en boven op als een dak erover heen een stevige bindweefselband.
In deze tunnel lopen pezen en de middelste handzenuw, de nervus medianus genaamd.
De pezen ( negen stuks) verbinden uw vingers met de spieren in uw onderarm.
In de tunnel lopen deze pezen ook nog in peesschedes , zodat ze makkelijker kunnen bewegen in de tunnel.
Daarnaast loopt in de tunnel de nervus medianus; de zenuw die met de vingers, uitgezonderd de pink, in verbinding staat.
Deze zenuw maakt het mogelijk dat uw vingers kunnen voelen en u alle bewegingen kunt uitvoeren die u wilt.
Het klachtenpatroon
Als de ruimte vernauwd wordt (zie verder) zal de zenuw licht of ernstig bekneld raken en pijn en prikkelingen geven.
Aanvankelijk ontstaat het beeld van een doof, tintelend en pijnlijk gevoel in de vingers van de hand en het gevoel dat de vingers dik zijn.
Deze klachten treden op vooral in de nacht en vroege ochtend.
Bewegen en schudden van de hand doet de klacht weer even verminderen of verdwijnen.
Dit kan meerder keren per nacht zich herhalen en zo de nachtrust verstoren.
Overdag is het klachtenpatroon meestal minder en ontstaat soms bij herhaalde bewegingen van de pols (bv. buigen van de vingers).
Het pijnlijke gevoel kan ook erger worden en ook overdag aanwezig zijn met uitstraling van pijn richting onderarm en soms zelfs tot de schouder.
De vingers die prikkelen, pijnlijk of slapend aanvoelen zijn de duim, de duimmuis, de wijsvinger, de middelvinger en de helft van de ringvinger.
De pink doet niet mee.
De aandoening komt nogal eens aan beide handen voor en wordt veel vaker bij vrouwen gezien.
De klachten kunnen ook weer vanzelf verdwijnen of in periodes voorkomen.
Lees verder over de oorzaken en diagnose.
