Wat zijn de symptomen: het klinische beeld.

uithetloodstaanHet klinische beeld is als volgt: heftige acute pijn laag in de onderrug, veelal met forse of totale bewegingsbeperking, soms gepaard gaande met scheefstand (“uit het lood staan”) (zie foto). Vaak heeft men ook flink of volledig verstijfde spierbundels rond de wervelkolom. Daarnaast kan men last hebben van pijnlijke scheuten of “elektrische schokken” bij bewegingen als houdingsverandering, opstaan of draaien in bed. Ook kunnen er gevoelens als tintels, dove plekken of veranderd temperatuursgevoel in rug of zijkant van het bekken, bil of been bij uitstraling bestaan. Als er uitstraling is dan voelt men dat meestal niet verder dan achterop het bekken, de bekkenkam of de bil en soms tot de knie. Indien er uitstraling is voorbij de knie spreken we over “ischias” (= pijn in het verzorgingsgebied van de twee grootste zenuwbanen naar het been, samen de nervus ischiadicus genaamd). Mogelijk is er dan ook druk op een van de onderste zenuwwortels zoals bij de hernia (zie verder).

Een kort lesje anatomie van de rug voor beter begrip.

Het skelet van de wervelkolom bestaat uit afwisselend wervels (bot) en tussenwervel- schijven . De tussenwervelschijf is opgebouwd uit twee delen: de kern, nucleus pulposus, is een waterige stevige massa in het midden (een soort stevig krabvlees), die veel druk kan opvangen immers water is niet samendrukbaar (zie plaatje links). Deze kern is omgeven door een stevig ringenstelsel, als een dikke buitenband er omheen, de anulus fibrosis. Deze bestaat uit 15-20 ringen en is gemaakt van een soort kraakbeen (stevig en iets beweeglijk). De waterrijke kern wordt zo dus stevig aan alle kanten omarmd door de wervel erboven en eronder én door de ringen er omheen (zie plaatje midden).

wervel01 wervel02 wervel03

De lage rug en ook de nek heeft normaal een lichte holling, zoals die te voelen en te zien is als u staat. Bij die lichte holling in de onderrug is de druk in de tussenwervelschijven het best verdeeld en daardoor het minst. Deze beschermende lichte holling in uw nek en onderrug heet de lordose (zie plaatje rechts).

Hoe ontstaat spit?

ontstaanspit

Rugpijnklachten, hernia en ook spit ontstaan in beginsel in de tussenwervel- schijf. Door al het bukken, tillen en draaien, maar vooral ook door het verkeerd zitten met bolle rug, verdwijnt de normale lordose (lichte holling) en ontstaat zelfs een bolling. De tussenwervelschijf krijgt nu schuifdruk richting zijn achterwand te verwerken. Vergelijk dit met het eten van een tom pouce (puddingbroodje): U neemt een hap aan de ene kant (druk) en aan de andere kant komt de pudding naar buiten (uitpuilen). Slecht zitten is dus een risico op overbelasting!

Meestal is men zich niet bewust van deze voortdurende dagelijkse overbelasting! De achterwand (het ringenstelsel) kan dat een hele tijd volhouden, maar er kan ook de situatie ontstaan waarin op een gegeven moment het weefsel “het niet meer houdt”. Juist door die herhaalde overbelasting, waarbij de waterige kern tegen de achterwand drukt, gaat uitrekking van de ringen ontstaan.
Daarnaast bestaat er de normale degeneratie: het ouder worden van weefsels en dus ook van de tussenwervelschijf. Bij de een is dat meer dan bij de ander, en bij de een is dat eerder dan bij de ander! De schijf, vooral de waterige kern, wordt wat droger en daarmee komt er meer druk op de ringen van de buitenkant en ook de achterwand van de schijf. Uiteindelijk kan zo met genoeg druk en voortdurende bolling de achterwand overbelast raken. Bij nog verdere belasting kunnen er nu uitrekkingen, verrekkingen en scheurtjes ontstaan in de ringen van de anulus in de achterwand . In de geneeskunde wordt ook wel gesproken over de “cracks and tears” ofwel de “barstjes en scheurtjes” in de discus (zie plaatjes ).
Deze verschuiving van de nucleus en daarmee puiling van de achterwand (=bulging) is bij verschillende houdingen ook aangetoond met MRI-scans zowel in liggende als in zittende posities.

slechtzittenannulairedegeneratie

Deze kwetsuren (overrekkingen of scheurtjes) kunnen zomaar acuut ontstaan bij een overbelasting bijvoorbeeld als tillen of bukken, iets pakken of lang zitten in een verkeerde (bolle) houding. Zo ontstaat het bekende beeld van acute spit; het is eigenlijk als een acuut verzwikte enkel maar dan in uw tussenwervelschijf in de lage rug!

scheurtjes