carpaaltunnelsyndroomEr zijn drie mogelijke behandelingen van het Carpaal Tunnel syndroom.

  1. Afwachten; sommige lichtere vormen van carpaal tunnel syndroom gaan vanzelf weer weg. Soms komen de klachten weer terug. De ernst bepaald steeds weer of er verder therapie nodig is.
  2. Injectie-therapie. Hierbij wordt door de arts een kleine hoeveelheid corticosteroid in de tunnel gespoten met behulp van een kleine eenvoudige injectie. Het corticosteroid heeft een sterk ontzwellende werking. Meestal nemen de klachten al na enkele dagen af en verdwijnen daarna volledig. In het algemeen is één injectie voldoende. Een enkele keer is bij restklachten een tweede injectie nodig. In het plaatje boven ziet u mooi het verloop van de zenuw in de carpale tunnel onder de stevige bindweefsel band, waartegen hij wordt aangekneld. Op de illustratie rechts ziet u de injectie techniek. Deze injectie therapie is eenvoudig en veelal afdoende behandeling. Indien toch weer klachten op gaan treden kan de injectie gewoon herhaald worden. Als er geen of geringe verbetering optreedt na twee injecties heeft de injectie geen zin en zal er moeten worden geopereerd.  Hiervoor wordt u in samenspraak met uw huisarts doorverwezen naar een neurochirurg. Zie voor bijwerkingen van de injectie: injectie therapie.
  3. operatievebehandelingOperatieve behandeling. Hierbij wordt door de neurochirurg onder locale verdoving een kleine incisie gemaakt op de welving van de pols en de onderliggende bindweefselplaat doorgesneden. De zenuw ligt dan weer vrij. Er wordt een drukverband enkele dagen aangelegd. De hechtingen in de huid kunnen na twee weken verwijderd worden. U kunt wel enkele weken uw hand minder bewegen.

Voor meer vragen kunt u contact opnemen met de praktijk